De kronkelweg naar de vuurtoren telt tientallen bochten, en elke bocht een nieuw uitzicht op de Middellandse Zee. Kom bij zonsondergang en je begrijpt meteen waarom dit de meest gefotografeerde punt van het eiland is — kliffen die honderden meters recht naar beneden vallen, en in de verte, op heldere dagen, de contouren van Menorca.
Overdag verblindt de kathedraal in de zon boven de baai van Palma; 's avonds gebeurt er iets anders. De gotische gevel licht op tegen de nachthemel, de oude stad achter haar muren wordt stiller, en het silhouet dat je op elke ansichtkaart van het eiland ziet, krijgt precies dan zijn ware karakter.
Cala Tuent ligt voorbij Sa Calobra, aan het einde van een weg met 26 haarspeldbochten — en zelfs dan moet je nog een stukje lopen. Wie doorzet wordt beloond met kristalhelder water tussen kliffen die rechtstreeks uit de Tramuntana de zee in duiken, een van die plekken die stil blijft precies omdat de weg ernaartoe niemand overtuigt zonder een goede reden.
Geen plekken die mooi lijken omdat iemand ervoor betaald heeft. Gewoon de adressen waar wij zelf bleven hangen, terwijl we eigenlijk allang verder moesten.
Mallorca is meer dan het grootste eiland van de Balearen. Romeinen bouwden er wegen, Moren legden er de fundamenten van Palma's oude stad, en in de bergen boven Valldemossa bracht een Poolse componist ooit een winter door die hem bijna het leven kostte — lang voordat er een chiringuito aan het strand stond. Wil je het hele verhaal, met alle geschiedenis, mythes en tradities die dit eiland zijn karakter geven?
Mallorca kreeg zijn Latijnse naam — Maiorica, "de grotere" (ten opzichte van het kleinere Minorca) — toen de Romeinse generaal Quintus Caecilius Metellus het eiland in 123 voor Christus veroverde, na naar verluidt eerst de kust te hebben laten bombarderen met stenen om de beruchte Balearische slingeraars te ontwijken, ooit de beste van de antieke wereld. De Romeinen stichtten Palma en Pollentia — het huidige Alcúdia — en bouwden een wegennet dat delen van het eiland nog altijd met elkaar verbindt.
Na eeuwen Byzantijnse en Vandaalse overheersing kwamen in 902 de Moren, die het eiland omdoopten tot Mayūrqa en er drie eeuwen bleven. Zij bouwden een geavanceerd irrigatiesysteem in de Tramuntana-bergen dat de terrasvormige sinaasappelboomgaarden rond Sóller nog altijd van water voorziet, en legden de fundamenten van wat nu de oude binnenstad van Palma is — een wirwar van smalle straatjes die de originele Arabische stadsplattegrond nog steeds volgt.
Koning Jaume I van Aragón landde in 1229 met een vloot bij Santa Ponça en heroverde het eiland op de Moren na een beleg van Palma dat maanden duurde. Die verovering markeert het begin van het huidige Mallorca: Jaume I herbouwde de stad, legde de basis voor wat nu de kathedraal La Seu is — gebouwd op de plek van de belangrijkste moskee — en verdeelde het land onder zijn Catalaanse en Aragonese ridders, wat verklaart waarom het Mallorquín, de lokale taal, zo dicht bij het Catalaans staat.
La Seu zelf duurde meer dan vierhonderd jaar om te bouwen, met een gotisch roosvenster van bijna elf meter doorsnede — een van de grootste ter wereld — en een interieur waar de Catalaanse architect Antoni Gaudí begin twintigste eeuw nog aan meewerkte. Het silhouet van de kathedraal tegen de baai van Palma, vooral bij zonsondergang vanaf zee, is het beeld waarmee de meeste mensen het eiland associëren.
In de winter van 1838-1839 trok de Franse schrijfster George Sand naar het karthuizerklooster van Valldemossa, samen met haar minnaar, de componist Frédéric Chopin, die al ziek was met wat destijds tuberculose leek. Ze hoopten op een mild mediterraan klimaat; in plaats daarvan troffen ze een van de natste, koudste winters in jaren, verwarming die nauwelijks werkte, en dorpsbewoners die — beducht voor besmetting — hen meden. Chopin schreef er niettemin enkele van zijn beroemdste preludes, en Sand beschreef de ervaring nadien meedogenloos in haar boek Un hiver à Majorque — een van de eerste teksten die het eiland internationaal op de kaart zette, al was het niet bepaald een lovende recensie.
Vandaag is de cel waar het paar verbleef een museum, met Chopins originele piano en manuscripten, en Valldemossa zelf — met zijn steile straatjes van geel zandsteen — geldt als een van de mooiste dorpen van het eiland, precies in het hart van de Serra de Tramuntana.
Het gebergte dat de hele noordwestkust van het eiland beslaat, staat sinds 2011 op de UNESCO-Werelderfgoedlijst — niet alleen om zijn natuurschoon, maar om het eeuwenoude cultuurlandschap: droogstenen terrasmuren, een irrigatiesysteem van Arabische oorsprong, en dorpen als Deià, Fornalutx en Banyalbufar die zich al eeuwen nauwelijks lijken te hebben aangepast aan de moderne tijd. Deià trok in de twintigste eeuw een kolonie kunstenaars en schrijvers aan, met de Britse dichter Robert Graves als bekendste inwoner — zijn huis is nu een museum.
Wie van wandelen houdt, vindt hier het beste terrein van de Balearen: de kliffen bij Sa Calobra, bereikbaar via een weg met 26 haarspeldbochten die geldt als een van de meest spectaculaire rijroutes van Europa, of de tocht naar Cala Tuent, een afgelegen baai die alleen te voet of per boot bereikbaar is.
Rond Manacor ontwikkelde zich in de negentiende eeuw een kunstmatige-parelindustrie die het stadje nog altijd typeert — fabrieken produceren er parels van glas met een laag visschubben-essence, een traditie die uniek is voor het eiland. Niet ver daarvandaan liggen de Coves del Drac, een grottencomplex met een van de grootste ondergrondse meren ter wereld, waar bezoekers al sinds het begin van de twintigste eeuw per bootje doorheen varen tijdens een klassiek concert dat binnen in de grot wordt gespeeld.
De oostkust bij Porto Cristo en verder naar Capdepera en Cala Rajada biedt een rustiger tempo dan de zuidwestkust — vissershavens die nog functioneren, kliffen met uitzicht op Menorca op heldere dagen, en het kasteel van Capdepera, gebouwd in de veertiende eeuw tegen piratenaanvallen.
Elk dorp op Mallorca viert nog steeds zijn eigen patroonheilige, maar geen enkel feest is zo geliefd als Sant Antoni op 16 en 17 januari, wanneer overal op het eiland vreugdevuren (foguerons) worden aangestoken en de dimonis — gemaskerde duivelfiguren — door de straten dansen, gevolgd door de zegening van huisdieren voor de kerk. In Palma zelf trekt de Correfoc tijdens de Sant Sebastià-feesten in januari duizenden toeschouwers, met vuurwerk en vuurspuwende demonenfiguren die letterlijk door de menigte lopen.
Ook de siurell — een klein, wit aardewerken fluitje in de vorm van een figuurtje, meestal beschilderd met rode en groene strepen — is typisch Mallorquijns: een traditie die teruggaat tot de Moorse periode en die je nog steeds op elke markt tegenkomt, gemaakt in dezelfde ateliers in Pòrtol als eeuwen geleden.
Rijd naar Cap de Formentor, de meest noordelijke punt van het eiland, waar een kronkelende bergweg eindigt bij een vuurtoren met een van de meest gefotografeerde uitzichten van de Middellandse Zee. Bezoek het paleis van Almudaina naast de kathedraal, ooit een Moors fort en nog altijd een officiële residentie van de Spaanse koninklijke familie. Wandel door de oude joodse wijk van Palma, het Call, met steegjes die teruggaan tot de middeleeuwse tijd. En wie tijd over heeft, neemt de historische houten trein van Palma naar Sóller — meer dan honderd jaar oud, door tunnels door de Tramuntana, tot in het hart van de sinaasappelvalleien.
Van november tot maart verandert het eiland volledig van karakter. De temperatuur blijft mild — vaak 14 tot 17 graden — genoeg voor lange wandelingen in de Tramuntana zonder de zomerse hitte, en de wegen naar Sa Calobra en Cap de Formentor, die 's zomers dichtslibben met huurauto's, liggen er vrijwel leeg bij. Het is ook amandelbloesemseizoen: half januari tot begin februari kleuren hele valleien rond Sóller en in het binnenland wit en roze, een natuurverschijnsel waar steeds meer mensen speciaal voor naar het eiland afreizen.
In de dorpen gaat het gewone leven door: kerstmarkten op de pleinen van Palma en Pollença, de vuren en dimonis van Sant Antoni half januari, en restaurants in het binnenland die overschakelen op stevigere wintergerechten zoals sopes mallorquines (een dikke groentesoep met brood) en porc negre, het zwarte Mallorcaanse varken. Het is ook het seizoen waarin de meeste huizenkopers en langetermijnhuurders naar het eiland komen kijken — zonder de zomerprijzen en zonder de mensenmassa's zie je precies hoe Mallorca er het hele jaar door uitziet.
Hieronder staan alle 1115 hotspots die we op Mallorca hebben verzameld, per categorie. Klik op een naam voor route, website of Instagram.